Zo niet dan toch

Virtueel Festival
Sinds 7 september 2013

nl - en

Achtergrond / context

Sociale en nieuwe media

Onze leefomgeving bestaat in toenemende mate uit een mix van digitaal en fysiek. Facebook vertelt ons wat er gebeurt, Google Maps brengt ons hierheen en via Twitter delen we onze ervaring. We zijn constant in interactie met een wereld waarin immateriële data zich in toenemende mate fysiek manifesteert. Een wereld waar we via de smartphone toegang toe hebben. Er is een significant ‘smartphonepubliek’ ontstaan als gevolg van de massale opkomst van dit apparaat in alle lagen van de bevolking.

Fysiek en digitaal

De mobiliteit en de interactieve omgang in combinatie met de groeiende hoeveelheid lokaal aanwezige data, biedt nieuwe interactieve en participatieve mogelijkheden voor ontwikkelaars en creatieven die zich uiten via apps en sociale structuren binnen een stad. De mobiel biedt toegang tot een parallelle wereld vol tekst, geluidsfragmenten, foto’s of video’s, zodat (een locatie-gebonden) ruimte voor verhalen en nieuwe vormen van interacties is ontstaan. Zeker nu mobiele AR het mogelijk maakt om de geprogrammeerde fictieve werkelijkheid naadloos te integreren met de fysieke werkelijkheid, geeft de mobiele telefoon alvast een ‘kijkje’ in de hybride semi-digitale wereld van de toekomst.

The City as an Interface

Dat er veel staat te gebeuren blijkt ook uit de dissertatie ‘The City as an Interface’ van Martijn de Waal, die gaat over de toekomst en de impact van mobiele technologie op de stedelijke openbare ruimte en sociale interacties. Volgens De Waal heeft onderzoek aangetoond dat digitale platformen het gevoel van community vergroten. Niet alleen door sociale media als Facebook, maar juist ook toepassingen in de publieke ruimte. Dit gaat echter nog niet vanzelf. Zeker nu de mobiele telefoon ondertussen onmisbaar is in ons dagelijks leven lijkt het tijd om deze toepassingen van mobiele media technologieën in de stad op een andere manier te benaderen en hier een kritische blik op te werpen.

Ontwikkelingen

De apps die bezoekers een collectieve beleving bieden in deze GPS-gebaseerde wereld, buitelen inmiddels over elkaar heen. Begrijpelijk, want commercieel gezien is het een onvoorstelbaar aantrekkelijke situatie: virtuele spel-karakters en virtuele decors die opdoemen waar dan ook ter wereld, zonder dat daar ook maar één aanpassing voor gemaakt hoeft te worden in de fysieke ruimte ter plaatse. Het is ook niet verrassend dat de toonaangevende techniekreuzen zoals Google en Microsoft daar toekomst in zien. Beiden zijn druk in de weer met het ontwikkelen van nieuwe hardware en software. Een voorbeeld is ook de Alternate Reality Game (ARG) ‘Ingress’ waarin heel de wereld simultaan én toch lokaal mee kan spelen. Nu nog slechts te ervaren via de mobiel, straks via de Google of Vuzix smart glasses (AR-bril) en in de verre toekomst wellicht via een digitale contactlens. Virtuele toevoegingen in onze leefwereld zullen straks niet meer weg te denken zijn.

In de documentaire ‘Connecting’ van Bassett & Partners spreken enkele vooraanstaande bedrijven in mobiele technologie en design over de veranderingen in interactie met de komst van nieuwe apparaten, open data en sensoren. Het digitale wordt steeds meer aan het fysieke verbonden. Ontwikkelaars hebben veel kennis van nieuwe mogelijkheden in techniek maar nog te weinig kennis van sociale structuren en de effecten van kunst of social design. In de documentaire wordt gezegd: ‘Er ligt een grote uitdaging voor kunstenaars en ontwerpers in de veranderingen binnen de sociale stedelijke planning. Dit is een grote stap die een significante impact zal hebben op ons sociale gedrag en de interacties onderling.’

Veranderende stad

Mobiele technologie begint ook een steeds belangrijkere rol te krijgen binnen sociaal-stedelijke planning. Het is een tool om mensen te ontmoeten buiten gekaderde paden om en het biedt een mogelijkheid scenario’s te forceren. We kunnen niet meer dan speculeren waar deze ontwikkeling naartoe gaat. Wat we al zien is dat de mobiele telefoon in de samenleving verandering teweeg brengt. Er starten nieuwe services om praktische redenen maar bieden ook sociaal een belangrijke toevoeging aan de beleving van een stad, zoals Peerby, Gidsy en Thuisafgehaald. Het voegt toe aan de ontdekking en beleving van de stad en het biedt mogelijkheden tot serendipiteit.

Culturele sector virtueel

In de culturele sector heeft de digitalisering betrekking op alle aspecten die bij het maken en ervaren van cultuur komen kijken. De mogelijkheden van digitale media voor performances, kunst, dans, theater, film of interactieve documentaires lijken al oneindig, maar de technische ontwikkelingen zijn nog lang niet op een eindpunt beland. Dat betekent dat er telkens impulsen blijven ontstaan voor de creatieve industrie om met nieuwe formats te experimenteren, ‘nieuwe’ media op nieuwe manieren te gebruiken of om voorstellingen of creaties op nieuwe plekken te presenteren. Het lijkt de perfecte tijd voor experiment; kunnen bestaande kunstvormen in de virtuele ruimte vrijelijk voortbestaan?

Publiek en virtuele kunst

Niet alleen heeft zich een significant smartphonepubliek gevormd als gevolg van de massale opkomst van het apparaat in alle lagen van de bevolking, maar ook nu de kunst- en cultuursector kampt met zware bezuinigingen en er fondsen worden gekort, subsidies worden verminderd en theaters worden gesloten, is er behoefte ontstaan nieuwe vormen en podia te vinden om culturele projecten en kunstprojecten voor dit smartphonepubliek toegankelijk te maken en op een nieuwe manier hier kennis mee te laten maken.

Semi-digitale ervaringen vereisen nog wel enig inlevingsvermogen van de participant. Indien die z’n twijfels aangaande ‘virtuele’ materie opzij kan zetten, levert de ‘wireless ervaring’ een kennismaking met een mogelijke toekomst, die ook in het heden boeiende mogelijkheden biedt. Er zijn geen praktische redenen om virtuele evenementen niet te laten plaatsvinden, er is slechts een investering nodig om kwalitatief goede producties te maken. Het publiek krijgt hierin een andere betekenis, het publiek vormt voor de maker als het ware een laag in een interface, de mobiele telefoon is in dit geval een hulpmiddel om met elkaar in contact te komen en interactie te zoeken.

Vereiste voor dit alles: de uiteindelijke ervaring moet bijzonder genoeg zijn om te kunnen spreken over een equivalent voor de theatrale ervaring zoals we deze gewend zijn binnen de kunsten. Sommige creatieve uitingen zullen nimmer geëvenaard kunnen worden via een wireless ervaring, sommige ervaringen zullen juist iets toevoegen. Er zullen formats ontstaan die nieuw zijn, maar ook die op klassieke manier te realiseren zijn. Wat werkt wél en wat werkt niet? Het is een kwestie van experimenteren om daar achter te komen. Het semi-virtuele domein, de state-of-the-art qua techniek en het publiek zelf, zijn nog flink zoekende.

Kennismaking

Zo niet, dan toch wil haar bezoekers en makers op een positieve manier en onder goede begeleiding kennis laten maken met een nieuwe kunstdomein en de oneindige en fascinerende mogelijkheden daarmee. Met Zo niet, dan toch willen we de werkelijke waarde en mogelijke potentie van het werken met semi-virtuele kunstuitingen onderzoeken en verkennen. Met een eigen evenement kan locatiegebonden virtuele content een keer goed op de kaart gezet worden. De techniek draagt iedereen met zich mee, de belangstelling is er, het is tijd dat men letterlijk ‘door de techniek heen gaat kijken’. De smartphone staat centraal in het leven van veel mensen, ons doen en laten wordt er dagelijks door beïnvloed. Zo niet, dan toch staat hier bij stil en focust op de veranderende mogelijkheden die het medium biedt binnen verscheidene disciplines in de kunst.

Hands-on

Een virtuele ruimte heeft andere eigenschappen dan de fysieke werkelijkheid. Het heeft zijn eigen beperkingen en mogelijkheden. Het publiek zal de ruimte op een andere manier ervaren door de connectie tussen digitaal en fysiek te ontdekken, maar ook door de nieuwe vormen van interacties die ontstaan. De smartphone is hierbij de verbindende factor tussen ruimte, mensen en voorstellingen. Er zal werk bijeen worden gebracht dat is ontwikkeld met specifiek een dergelijke ervaring op het oog. De focus van het festival ligt op datgene wat zich voltrekt voor een connected publiek van smartphonegebruikers. Het gaat om een verkenning van volkomen mobiele kunstvormen, die zich plaatsgebonden kunnen manifesteren zonder daarbij afhankelijk te zijn van ingrepen in de fysieke ruimte. “Zo niet, dan toch” wil bevorderen dat zowel publiek én makers kennis maken met de deze virtuele ruimte. Daartoe wordt op 29 juni een ‘hackathon’ georganiseerd, waarin een brede groep geinteresseerden hands-on aan de slag kan met het verkennen van de mogelijkheden.